Voetschimmel (tinea pedis)

Voetschimmel — medisch tinea pedis — is de meest voorkomende schimmelinfectie bij de mens. Naar schatting 15 tot 25% van de bevolking heeft er op enig moment last van. De schimmel gedijt in warme, vochtige omgevingen en treft vooral de ruimtes tussen de tenen, maar kan zich uitbreiden naar voetzolen, zijkanten van de voet en zelfs de nagels.

Hoewel voetschimmel meestal mild is, kan het zonder behandeling chronisch worden, zich verspreiden naar andere lichaamsdelen en de weg vrijmaken voor bacteriële infecties via scheurtjes in de huid.

Symptomen

  • Interdigitale vorm (meest voorkomend) – schilfering, witte maceratie en scheurtjes tussen de tenen, vooral tussen de 4e en 5e teen. Jeuk en een branderig gevoel.
  • Mocassintype – diffuse, droge schilfering over de volledige voetzool en zijkanten. Chronisch, vaak weinig jeuk maar hardnekkig. Kan verward worden met eczeem.
  • Vesiculair type – kleine blaasjes gevuld met vocht op de voetzool of wreef. Sterk jeuken. Kan een allergische reactie (id-reactie) op handen veroorzaken.
  • Ulceratief type – uitgebreide maceratie met open wonden, vooral bij immuungecompromitteerde patiënten. Risico op secundaire bacteriële infectie.

Oorzaken en risicofactoren

Voetschimmel wordt veroorzaakt door dermatofyten (vooral Trichophyton rubrum en T. mentagrophytes). Besmetting gebeurt via direct contact of besmette oppervlakken in vochtige omgevingen.

  • Zwembaden, kleedkamers, gemeenschappelijke douches
  • Gesloten, slecht ventilerend schoeisel
  • Overmatig zweten aan de voeten (hyperhidrose)
  • Diabetes of een verzwakt immuunsysteem
  • Langdurig gebruik van antibiotica of corticosteroïden
  • Sportbeoefening (atletenvoet)

Diagnose

Een dermatoloog kan voetschimmel meestal klinisch vaststellen. Bij twijfel worden huidschilfers afgenomen voor microscopisch onderzoek (KOH-preparaat) of een schimmelkweek. Dit is belangrijk om andere aandoeningen zoals contacteczeem, psoriasis of erythrasma uit te sluiten.

Behandeling

  • Lokale antischimmelmiddelen – crèmes of sprays met terbinafine, miconazol of clotrimazol. Eerste keus bij milde tot matige klachten. Minimaal 2–4 weken aanbrengen, ook als de klachten al verbeteren.
  • Orale antischimmelmedicatie – terbinafine of itraconazol tabletten bij uitgebreide, chronische of therapieresistente infecties. Vooral bij het mocassintype.
  • Combinatietherapie – bij nagelschimmel naast voetschimmel is vaak orale behandeling noodzakelijk.
  • Behandeling van complicaties – bij secundaire bacteriële infectie (cellulitis, erysipelas) zijn antibiotica nodig.

Preventie

  • Draag slippers in openbare douches en zwembaden
  • Droog uw voeten goed af, vooral tussen de tenen
  • Wissel dagelijks van sokken (bij voorkeur katoen of vochtafvoerend)
  • Kies ademend schoeisel en laat schoenen afwisselend drogen
  • Gebruik voetpoeder bij overmatig zweten
  • Deel geen handdoeken, schoenen of sokken

Wanneer naar de dermatoloog?

  • Als zelfzorg na 2–4 weken onvoldoende werkt
  • Bij steeds terugkerende infecties
  • Bij vermoeden van nagelschimmel (verdikte, verkleurde nagels)
  • Bij diabetes of een verzwakt immuunsysteem
  • Bij open wondjes, roodheid of zwelling (tekenen van bacteriële infectie)
  • Bij twijfel over de diagnose
Heeft u last van voetschimmel?
Raadpleeg een dermatoloog in uw buurt voor een correcte diagnose en behandeling.

Vind een dermatoloog